Plenair Van de Sanden bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.08 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Voorzitter. Allereerst nog mijn felicitaties aan collega Steenkamp voor zijn maidenspeech; van harte.

Voorzitter. In het voorjaar van 1980 zat ik, toen 18 jaar oud, in een bus op weg naar de Duitse Democratische Republiek voor een schoolreis. Ik zag daar vervolgens wat het betekent wanneer een overheid zich van de geboorte van haar burgers tot aan hun overlijden met elk aspect van hun leven bemoeit. Niet met geweld alleen, maar vooral met formulieren, met toestemming en met geduldig toezicht. Bij Checkpoint Charlie werd onze bus doorzocht. Honden eromheen, spiegels eronder. Niet om te zien wie er naar binnen wilde, maar om te zien wie er naar buiten wilde. Een staat die zijn grens bewaakt tegen zijn eigen bevolking. Toen namen de grenswachten iets in beslag. Geen wapen, geen pamflet, maar een Donald Duck van een vriend van mij. "Westerse propaganda", heette dat.

Voorzitter. Ik heb daar op mijn 18de iets begrepen wat geen leerboek mij had kunnen bijbrengen: een staat die bang is voor een eend van papier, is bang voor zijn eigen burgers. Vrijheid is geen erfenis; vrijheid is een organisatie. Dat zijn instituties, verdragen, controle. Vrijheid moet elke dag opnieuw worden onderhouden. Ik ben inmiddels 45 jaar ouder, en die wereld ligt niet achter ons. Hij is wel van vorm veranderd en op sommige punten dichterbij gekomen. Daarover wil ik vijf dingen in het kort zeggen. Wat ik ga zeggen, klinkt tegenstrijdig: Europa moet sneller én zorgvuldiger worden. Ik betoog dat dat elkaars voorwaarden zijn.

Voorzitter. Ik begin bij Oekraïne. Ik wil daar nadrukkelijk een punt van maken. De strijd van Oekraïne voor zijn vrijheid is ónze strijd. Niet bij wijze van spreken, maar letterlijk. Wat daar wordt verdedigd, is het fundamentele beginsel dat grenzen niet met geweld worden gewijzigd en dat een volk zelf bepaalt aan welke kant van de spiegel het leeft.

Datzelfde beginsel gaf ons 70 jaar vrede. Zij vechten om dezelfde reden als waarom onze bus in 1980 met spiegels werd onderzocht. Een regime dat zijn eigen burgers niet vertrouwt, laat ook de buren niet met rust. Steun aan Oekraïne is daarom geen liefdadigheid. Het is de goedkoopste verdediging die we kennen. Ik vraag niet om warme woorden, maar om voorspelbaarheid, om meerjarige, vastgelegde steun. Wie Oekraïne per kwartaal steunt, vertelt Moskou dat het slechts hoeft te wachten. Mijn vraag aan de minister is: welke meerjarige verplichting is de regering bereid om aan te gaan in de Raad en wanneer zou zij bereid zijn om die aan deze Kamer voor te leggen?

Voorzitter. Dan mijn tweede punt: Europese autonomie en vooral tempo. Wat is "afhankelijkheid" eigenlijk? Het is geen handelsrelatie; het is een hefboom, en die hefboom ligt in andermans hand. Over het belang van Europese autonomie op defensie, digitalisering, energie en kritieke grondstoffen bestaat hier nauwelijks verschil van mening. Wat betreft het tempo zou dat verschil er wel moeten zijn. Wie zijn gas, zijn zeldzame aardmetalen en zijn chips betrekt van een mogendheid die daar strategisch anders over denkt, heeft geen leverancier, maar een kwetsbaarheid met een factuur eraan. Terwijl wij hier spreken, zijn chips van westerse makelij teruggevonden in Russische wapensystemen op het veld. Dat is de factuur.

Europa heeft dat weliswaar begrepen, maar heeft er nog niet voldoende naar gehandeld. We hebben strategieën, maar wat we nog missen, is capaciteit: fabrieken, elektriciteitsnetten, voorraden, munitie. Onze tegenstanders werken in kwartalen, wij in kabinetsperioden. Ik vraag de minister daarom niet of hij hierop aandringt, maar ik vraag hem om één voorbeeld te noemen: welk Nederlands voorstel in de Raad heeft het afgelopen jaar geleid tot capaciteit met een bijbehorende datum? Dit huis draagt daarin ook een eigen verantwoordelijkheid. Wetsvoorstellen die raken aan nationale en Europese veiligheid zouden wij hier met voorrang dienen te behandelen. We kunnen de regering namelijk moeilijk om tempo vragen als we zelf de rem vasthouden.

Voorzitter. Het volgende punt is kunstmatige intelligentie. We weten hoe wij kunstmatige intelligentie moeten reguleren, maar we weten nauwelijks wie haar bouwt. Dat is geen technische observatie; het is een machtsdiagnose. Kunstmatige intelligentie is de eerste technologie sinds de boekdrukkunst die niet alleen verandert wat wij kunnen, maar ook verandert wie mag meebeslissen over wat waar is. Enerzijds zijn de kansen enorm. Diagnoses worden eerder gesteld dan een arts dat kan en medicijnen worden in maanden gevonden in plaats van in decennia. De gevaren zijn even reëel. Neem systemen die beslissen over uitkeringen, verdenkingen of kansen, zonder dat iemand kan uitleggen waarom, maar ook de recente uitbraken van AI-agents op het internet.

Wij reguleren modellen die wij niet maken, getraind op chips die wij niet produceren, in datacentra die we niet bezitten en op data die we hebben weggegeven. Dat is geen soevereiniteit, maar toezicht houden op andermans huis met andermans sleutel. Je kunt alleen normeren wat je ook kunt bouwen. Een continent dat regels stelt zonder zelf iets te kunnen maken, heeft geen macht, hooguit een mening. Welke stappen is de minister bereid om in de Raad te zetten om op Europese rekenkracht, chips en modellen te versnellen? Ik wil niet alleen de ambitie horen, maar graag ook opnieuw een bijbehorende datum.

Voorzitter. Bij mijn vierde punt spreek ik mede uit hoofde van mijn rapporteurschap op de Omnibusdossiers AI en Digitaal. De Uniewetgever grijpt steeds vaker naar de Omnibusprocedure. Ingrijpende, inhoudelijke herzieningen worden onder de noemer van slagvaardigheid samengevoegd met administratieve opschoning en in één soepele beweging door het wetgevingsproces geleid, in verreweg de meeste gevallen zonder effectbeoordeling. Dat is geen technisch bezwaar, maar een bevoegdheidskwestie. Zonder effectbeoordeling weten wij niet wat een voorstel doet, kunnen wij het niet controleren en kunnen wij het dus ook niet namens onze burgers legitimeren. Nationale parlementen worden dan niet overruled, maar de facto overbodig gemaakt.

Wij staan hierin niet alleen. Met parlementen in andere lidstaten, waaronder het Deense Folketing, is hierover richting de Europese Commissie een gezamenlijk signaal afgegeven. En hier wringt het: de regering erkent op papier wel dat de Omnibusmethode alleen in gepaste gevallen hoort te worden gebruikt — bij voorkeur met effectbeoordeling — maar maakt zich daar in de Raad onvoldoende hard voor. Zo wordt wat in Den Haag een beginsel is, in Brussel hooguit en in het beste geval een voetnoot. De vraag aan de minister is of de regering bereid is om in de Raad zichtbaar en hardop uit te spreken dat wetgeving die berust op oneigenlijk gebruik van de Omnibusprocedure dan wel ten onrechte geen effectbeoordeling kent, niet op haar steun kan rekenen. Zichtbaar. Hardop. In de Raad. Dit is geen pleidooi om Europa te vertragen. De rechtsstaat is namelijk geen handrem, maar het stuur. Snelheid zonder stuur is geen daadkracht, maar een ongeluk in wording.

Voorzitter. Met mijn vijfde punt kom ik terug op de bus waarmee ik zojuist begon. Op het hoogtepunt had de Stasi 190.000 informanten voor 17 miljoen inwoners. Dat is 1 op 90. Dat was het maximum dat een totalitaire staat ooit bereikte. Moderne AI met sentimentanalyse en gezichtsherkenning doet hetzelfde met één server, zonder loonstrook en zonder gewetensbezwaren. Wij bouwen aan weerbaarheid, bescherming van vitale infrastructuur en kennis. Mijn fractie heeft daar in deze Kamer zelf ook om gevraagd. Tegelijkertijd kan elk instrument dat wij ontwerpen voor een welwillende overheid, ook in handen komen van een overheid waarvan wij die welwillendheid niet of minder kunnen garanderen. Technologie kent namelijk geen gezindheid. Een systeem dat kan zien, zal zien. Een bevoegdheid die kan groeien, zal groeien. Vrijheid verdwijnt zelden door een staatsgreep. Zij verdwijnt meestal door een reeks redelijke stappen die elk afzonderlijk uitstekend uitlegbaar zijn.

Voorzitter. Ik sluit af waar ik begon. Ik denk nog regelmatig terug aan die grenswacht, aan de hond, aan de spiegel onder de bus en aan de Donald Duck die hij met volstrekte ernst in beslag nam. Ik heb toen gelachen met de arrogantie van een jongen die aan de goede kant van de spiegel stond en dacht dat dat een verdienste was. Dat was geen verdienste. Het was geluk, het geluk dat anderen voor ons hadden georganiseerd in instituties, in verdragen, in een Unie, die na twee oorlogen besloot dat samenwerken goedkoper is dan winnen. Wij zijn de eerste generatie die dat geluk niet mag veronderstellen, maar moet verdienen. Dat vraagt tempo waar wij traag zijn, zorgvuldigheid waar we gemakzuchtig lijken te worden, steun aan wie onze vrijheid nu verdedigt, onafhankelijkheid waar we ons afhankelijk hebben laten maken en controle op onszelf, juist wanneer die ongelegen komt. De les van 1980 is niet dat zij toen ongelijk hadden en wij gelijk. De les is dat het verschil tussen de twee kanten van de spiegel nooit vanzelf is ontstaan en nooit vanzelf blijft bestaan. Het antwoord van de regering is aan haar. De vraag is aan ons, en aan collega Van Hattem.

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik kan overigens meegaan in de zorgen die de heer Van de Sanden deelt over de Omnibussen. Hij haalt het voorbeeld aan van wat er in 1980 gebeurde met de Donald Duck die werd afgepakt aan de Oost-Duitse grens omdat het propaganda zou zijn. Dan denk ik: waar is de EU nu mee bezig? Die komt met een EU KIDS Act om te voorkomen dat kinderen op social media komen. Dan denk ik bij mezelf: is dit nu waar we de EU voor nodig zouden moeten hebben? Is de EU dan eigenlijk niet gewoon hetzelfde aan het doen als wat destijds de DDR deed?

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Dank aan collega Van Hattem voor deze vraag. Ik steun hem van harte als het gaat om de zorg dat de EU zich vooral bezig moet houden met zaken waar de EU voor is opgericht. Om dat als parlement te kunnen beoordelen, is het nodig dat elk voorstel wordt voorzien van een goede onderbouwing, om te laten zien dat het in termen van proportionaliteit en subsidiariteit noodzakelijk is. Vandaar mijn pleidooi om geen misbruik te maken van de Omnibussen, en voor impactassessments waar die nodig zijn, juist om dit gevaar, dat de heer Van Hattem terecht noemt, op tijd te kunnen bezweren.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan … O, ik zie de heer Van Rooijen nog voor een interruptie.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Ik ben eigenlijk wel heel blij met de start van het betoog van de collega, en ook aan het eind, toen hij het over de bus had en de DDR. In 1962 was ik daar twee keer, in de jaren na het oprichten van de muur. Bij terugkeer uit Oost-Berlijn, waar ik toen twee keer ben geweest, werd mijn paspoort ingehouden. Ik probeerde daar in Oost-Berlijn met een groep studenten in aanwezigheid van een dominee, onze baas toen, in een restaurant iets te eten te krijgen. We hebben uren moeten wachten omdat de vopo's voor gingen. Ik heb gestaan bij torens waar vopo's in de toren zaten om te schieten op de eigen burgers die over de Spree wilden zwemmen. We weten allemaal dat er velen zijn vermoord. Sommigen hebben het overleefd door over het prikkeldraad te springen of zelfs de Spree over te zwemmen.

Ik ben wel blij met het beeld. Waarom sluit ik hierop aan? Omdat ik zelf ook grote zorgen heb over wat er in Berlijn gebeurt met Die Linke, die daar groot is geworden. Van andere partijen moet je je afvragen wat we daarmee moeten. Er is ook een brok antisemitisme, er zijn andere rare ondernemersgroepen en dergelijke. Mijn fractie maakt zich daar grote zorgen om. Ik ben blij dat het beeld van 1980 is geschilderd.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dat wilde ik hier zeggen, voorzitter.

De voorzitter:

Dan geef ik graag het woord aan de heer Beukering. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van Gasteren.