Plenair Steenkamp bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.00 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Steenkamp i (CDA):

Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Oorspronkelijk was beoogd om dit debat voor de zomer te laten plaatsvinden, maar om valide redenen vindt het vandaag plaats. Onze vaste woordvoerder Europese Zaken, collega Theo Bovens, is deze week met andere collega's uit de senaat voor ons land actief in de zitting van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, dus moet dit debat helaas aan zich voorbij laten gaan. U zult het met mij moeten doen, maar deze bijdrage hebben we samen afgestemd, zodat u qua inhoud geen verschil zult merken. Wel zult u zijn verwijzing naar de heilige van de dag moeten missen.

De voorzitter:

U bent niet katholiek?

De heer Steenkamp (CDA):

Toevallig viert de katholieke kerk vandaag immers het feest van de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël, alle drie door collega Bovens gemakkelijk in verband te brengen met evenzovele Europese onderwerpen. Dat blijft u dus bespaard. Die spreektijd benut ik graag voor een wat langere introductie, omdat het vandaag — u zei het al — de eerste keer is dat ik spreek in de plenaire zaal. Dat doe ik als jongste senator. Dat klinkt bijna als een contradictio in terminis, maar er zal altijd iemand de jongste moeten zijn. Bovendien is dat een eer of een last die, zoals zovele dingen in het leven, tijdelijk is. Als 34-jarige draag ik die, zolang het duurt, met trots. Nu weet ik, niet geheel toevallig, dat er ook senatoren zijn die 34 jaar lang lid zijn geweest van deze Kamer. Ik sta hier zonder de pretentie dat te evenaren, maar met de intentie om, juist als jongste senator, naar beste kunnen bij te dragen aan de taak van deze Kamer als chambre de réflexion.

Voorzitter. Staat u mij nog één uitstapje toe naar het getal 34, als brug naar de inhoud. 34 jaar geleden, in 1992 — ik leerde vanochtend dat collega Van Ballekom daarbij reeds aanwezig was; u mag raden waar ik toen was, maar in ieder geval niet daar — werd het Verdrag van Maastricht ondertekend. Ik noem Maastricht; dat is niet onder druk van collega Bovens. Ook ik koester, zij het om aangetrouwde redenen, warme gevoelens jegens Maastricht. Het Verdrag van Maastricht markeerde, met de oprichting van de Europese Unie, de overgang van een voornamelijk economische gemeenschap naar een Europese waardegemeenschap.

Onlangs las ik Europa in 7½ hoofdstukken van Timothy Garton Ash. Garton Ash schrijft dat we trots mogen zijn op wat er bereikt is in Europa en met de EU, en dat klopt. Als onderdeel van wat door Garton Ash wordt aangeduid als "de Erasmusgeneratie" — ik studeerde met een beurs van de EU een halfjaar in Rome — kende ik niet anders dan de pax Europeana, een Europa waar vrede vanzelfsprekend leek. Aan paspoortcontroles en geldwisselkantoren heb ik geen herinneringen meer. Kortom, ik ben niet opgegroeid mét, maar ín de Europese droom.

Hoe verder? Garton Ash schetst een somber perspectief, waarbij hij een eeuw van vernedering voorspelt, maar ook een hoopvoller alternatief geeft. Die analyse sluit nauw aan bij de rapporten van Mario Draghi en Enrico Letta. Europa staat voor grote economische en geopolitieke uitdagingen. Die lossen we niet op met cynisme, maar vragen, met vertrouwen in de Europese veerkracht, om vooruitgang. Tegen die achtergrond heb ik enkele vragen aan de minister.

Verleden week was de jaarlijkse Vredesweek. Het motto van deze week was "niets doen is geen optie". Veel aandacht ging uit naar de toenemende investeringen in defensie. Hebben we nog voldoende scherp dat investeringen geen doel op zich zijn, maar een middel om het doel, het behoud van vrede, te bevorderen? Als je vrede wilt, bereid je je voor op oorlog. Dat vraagt ook om investeringen in de Europese weerbaarheid, democratie en economische veerkracht. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het bestendigt de vrede en het versterkt het concurrentievermogen van Europa.

Ik verwees net naar de pax Europeana. Niet voor niets ontving de Europese Unie in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede. De Europese Unie is meer dan een economisch blok. Het is geen project van markt of macht, maar van welvaart, vrede en gedeelde waarden. Die Europese waarden zijn mede vormgegeven in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat 46 Europese landen op ons continent met elkaar verbindt. Het bewaken en uitbouwen van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten zijn de basistaken van de Raad van Europa. Nederland zal in 2027 een halfjaar het voorzitterschap van deze raad op zich nemen en daarmee richting kunnen geven aan verdere versterking van deze thema's. Het kabinet heeft beide Kamers inmiddels geïnformeerd over de inzet van Nederland voor dit voorzitterschap, met drie hoofdprioriteiten, die het CDA steunt, waaronder sterkere en weerbaardere democratieën.

Voorzitter. Kan de minister reflecteren op het belang van dit aanstaande voorzitterschap en de invulling hiervan reeds nader concretiseren? Kan hij daarbij ingaan op de inzet van Nederland voor de ontwikkeling en uitbreiding van de EU en de onderhandelingen over het nieuwe MFK? Het CDA steunt overigens de inzet bij de onderhandelingen over het MFK voor een automatisch rechtsstaatslot, waarbij lidstaten die de rechtsstaat structureel ondermijnen, geen toegang meer hebben tot EU-gelden. Ziet de minister net als het CDA de samenhang tussen de Europese defensieversterking en het bevorderen van weerbaarheid en democratie op ons continent? Daarvoor is ook samenwerking met Europese niet-EU-landen noodzakelijk.

Op dit laatste onderwerp pak ik door, dus op de samenwerking en de samenstelling van de EU. Met de geopolitieke verschuivingen in de machtsblokken is de Europese economische samenwerking gebaat bij versterking. Beter een goede buur dan een, letterlijk of figuurlijk, verre vriend. We juichen de toenadering van het Verenigd Koninkrijk toe en zien de samenwerking met Noorwegen, IJsland en Zwitserland als een gegeven. Ook de recente toenadering van Canada vindt het CDA om diverse redenen zeer interessant. Daarnaast wacht echter een negental kandidaat-lidstaten op formele toetreding. Kan de minister reflecteren op hoe hij de uitbreiding van de EU met formele kandidaat-landen ziet, en ook op de betekenis van de geassocieerde landen in diverse gradaties? Zijn er naast Canada meer landen die een associate membership kunnen aangaan?

Voorzitter. Om draagvlak voor uitbreiding van de EU en integratie te behouden moet de EU ook leveren. Volgens de rapporten van Draghi en Letta, die vanochtend al door meerdere collega's zijn geciteerd, begint dat bij een beter functioneren van de interne markt, deregulering en het wegnemen van onnodige belemmeringen. De minister zelf schrijft ook dat het potentieel van de interne markt structureel onderbenut blijft. Volgens het IMF zitten de grootste handelsbarrières binnen de EU zelf. Het wegnemen daarvan leidt tot een potentiële productiviteitsgroei van 7% en een welvaartswinst van 35%. Kan de minister daarom aangeven wat de concrete Nederlandse inzet is om dit laaghangende fruit te plukken? Op welke terreinen ziet hij de grootste kansen om interne belemmeringen daadwerkelijk weg te nemen? Tegelijkertijd draagt het rapport van Letta niet voor niets de titel Much more than a market. Het bevorderen van opwaartse sociaal-economische convergentie is cruciaal voor de sociale cohesie en het waarborgen van draagvlak voor de interne markt. Tegen die achtergrond kijkt het CDA uit naar de verkenning van de SER, de Sociaal-Economische Raad, met de veelbelovende werktitel EU-uitbreiding en deregulering. Kan de minister aangeven wat hij van deze verkenning verwacht en wanneer deze beschikbaar komt?

Voorzitter. Een sterkere EU hoeft niet altijd te beginnen in Brussel. Artikel 350 van het EU-verdrag geeft aan dat de Benelux verder mag gaan in de onderlinge samenwerking en integratie: de Benelux als proeftuin. Collega Ramsodit van PRO ging hier zojuist al op in. Dan zou je mogen verwachten dat we dit ook benutten, zeker nu Nederland dit jaar voorzitter is. We zien positieve ontwikkelingen — rond Prinsjesdrag zagen we de drie ministers van Buitenlandse Zaken in Den Haag en in Scandinavië samen optrekken — maar wat het CDA betreft mag een ambitie wel een tandje hoger. Denk aan verdere samenwerking op het gebied van diplomatie, sociale zekerheid, veiligheid en fiscaliteit. Dit laatste is ook goed voor grensoverstijgende samenwerking, en dus voor onze grensprovincies. Kan de minister zijn eigen ambitielijstje voor ons schetsen? Waar kan een hogere snelheid van de Benelux een voorbode zijn voor meer EU-samenwerking? Ongetwijfeld zal collega Van der Goot van OPNL straks nog ingaan op de zekerheid dat Europa begint aan onze landsgrens, en dus op het belang van samenwerking met onze buren Wallonië, Nordrhein-Westfalen, Niedersachsen en Vlaanderen. Het CDA sluit zich op dat punt bij diens bijdrage aan.

Voorzitter. Ik ga kort in op het Meerjarig Financieel Kader, het MFK. Het lijkt elke zeven jaar een herhaling van zetten. Bij een nieuw MFK zet Nederland steevast in op een kleinere begroting, scherpere prioriteiten en een eerlijkere nettobetalerspositie. Ook nu kiest het kabinet die lijn en heeft het samen met vier gelijkgestemde landen opgeroepen tot meer focus en terughoudendheid. Die positie kan op brede steun rekenen, maar roept ook vragen op. Lokale en regionale overheden vrezen minder cohesiemiddelen, de agrarische sector vraagt zich af waar de bezuinigingen op het landbouwbudget terecht zullen komen en onze kennissector kijkt naar de toekomst van programma's als Horizon Europe. Juist op die terreinen weet Nederland traditioneel veel middelen en kansen naar zich toe te trekken. Een kleinere en effectievere EU-begroting klinkt aantrekkelijk, maar ik zou de minister willen vragen of het kabinet reeds voldoende in beeld heeft wat de effecten voor de diverse Nederlandse sectoren zijn. Gaan universiteiten, gemeenten, euregio's, boeren en innovatieve bedrijven er straks op vooruit of achteruit?

Ten slotte. Ik heb met interesse geluisterd naar de vraag van collega Ramsodit over de disruptieve impact van AI. In die context verwijs ik overigens graag naar de encycliek van paus Leo XIV, Magnifica Humanitas, en zijn recente oproep bij UNESCO om de menselijke waardigheid niet uit het oog te verliezen. AI brengt veel kansen die we niet onbenut mogen laten. Dat geldt ook voor ons als Kamer, zeg ik er als lid van de klankbordgroep AI-lab bij, maar AI brengt ook risico's met zich mee. AI is niet neutraal. Het creëert digitale afhankelijkheid en kan de maatschappij en democratie ondermijnen. AI moet de mens dienen en niet andersom. Met waardering beziet het CDA de EU-samenwerking op dit terrein, maar ook op het terrein van cyberveiligheid, technische onafhankelijk van China en de VS en de bescherming van kinderen tegen overmatig socialmediagebruik. Dat zijn voorbeelden van beleidsterreinen waar Nederland het nooit meer alleen geregeld zou kunnen krijgen. Nationaal beleid en Europese samenwerking gaan daarbij hand in hand. Zonder naïef te zijn moet Nederland blijven investeren in de Europese samenwerking en de verbetering daarvan. Voor het behoud van draagvlak vraagt het CDA daarbij nadrukkelijk aandacht voor de rol van burgers, maatschappelijke verbanden en het middenveld. Europa is op z'n sterkst wanneer het niet alleen economische kracht organiseert, maar ook democratische betrokkenheid en maatschappelijke verbondenheid versterkt. Een steviger Europa dient daarom tegelijkertijd een democratischer Europa te zijn.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel voor uw maidenspeech. Blijft u even staan.

Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Staat u mij toe om iets van uw achtergrond te schetsen.

Na uw bachelor Nederlands Recht, heeft u twee masters gedaan: Ondernemingsrecht en Politiek & Parlement. Tijdens uw studie werkte u als beleidsondersteunend medewerker bij de Sociaal Economische Raad. Na uw afstuderen bent u begonnen als associate advocaat bij Allen & Overy. Sinds vijf jaar bent u advocaat corporate & governance bij KPMG.

"Steenkamp" is een illustere naam in de Nederlandse politiek én in de Eerste Kamer. Uw grootvader en geestelijk vader van fusiepartij CDA, Piet Steenkamp, was niet alleen bijna 35 jaar lid van de senaat, of gewoon 34, zoals u net zei, hij was als Eerste Kamervoorzitter gedurende acht jaar ook een van mijn voorgangers op het rostrum, al was dat toen in die andere, mooie zaal. Het verbaast dan ook niet dat u al geruime tijd actief bent in het CDA, als:

  • - 
    voorzitter van de werkgroep actualisering integriteitsbeleid;
  • - 
    lid van de adviescommissie integriteit van CDA Limburg;
  • - 
    covoorzitter van de CDA-selectiecommissie Tweede Kamerverkiezingen;
  • - 
    en voorzitter van de strategiecommissie van het CDA in Amsterdam.

Met zo'n familie is bijna sprake van een politieke noblesse oblige, waarvan u gelukkig zelf geen druk of last lijkt te ervaren.

Tegen de Gelderlander zei u: "Voor mijn gevoel hadden we een heel normaal gezin. We hebben een brede algemene ontwikkeling meegekregen. Politiek hoorde daar ook bij. Op een gegeven moment sluipt het erin."

Over het lidmaatschap van de Eerste Kamer zegt u op de website van het CDA dat het een grote eer is om op deze manier een bijdrage te leveren aan de democratische rechtsstaat. Vandaag is uw eerste plenaire bijdrage daaraan, in dit debat over het Europees beleid van het kabinet.

Nogmaals van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech.

Dan geef ik nu de collega's de gelegenheid u te feliciteren, maar niet voordat ik u als eerste feliciteer. Ik verzoek u zich op te stellen voor het rostrum voor de felicitaties.

Ik schors de vergadering.