Dit wetsvoorstel geeft uitvoering aan de Europese verplichtingen uit de gewijzigde Europese Richtlijn hernieuwbare energie (RED III – Richtlijn 2023/2413) en wijzigt de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten. Het voorstel introduceert een jaarlijkse verplichting voor industriële bedrijven die waterstof gebruiken om jaarlijks een groeiend aandeel van dat waterstofgebruik te vervangen door hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (Renewable Fuels of Non-Biological Origin, RFNBO’s), zoals hernieuwbare waterstof en waterstofdragers.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
ingediend
24 april 2026titel
Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting voor het vervangen van het waterstofgebruik door exploitanten van industriële installaties in de industrie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter ondersteuning van het behalen van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) ter bevordering van het verbruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie (Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie)schriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.